• waterpolo Residentie - jeugd
  • waterpolo Residentie - heren
  • waterpolo Residentie - dames

De spelregels voor 2013-2017 kunt u de waterpolospelregels downloaden. Deze spelregels veranderen in principe niet. Wel zijn er elk seizoen enkele instructies op de spelregels, welke hieronder zijn weergegeven

Instructie spelregels waterpolo 2013-2014 per 26 september 2013
· WP 5.1, 5.5, 5.6, 5.9, 5.10 en WP 22.3 Ploegen en vervangers.
Ten aanzien van deze wijzigingen geldt in Nederland dat er mag worden gespeeld met 12
veldspelers en een doelman. De doelman en speler mogen van functie wisselen. Dit wisselen
moet tijdig worden doorgegeven aan de scheidsrechter en jurytafel.
· WP 7.3 ten aanzien van het geven van voordeel; De verantwoordelijkheid voor het fluiten van
een overtreding ligt bij de scheidsrechter. Hij hoeft bijvoorbeeld, niet te fluiten voor een
gewone- of uitsluitingsfout gemaakt door de verdedigende ploeg, indien hij meent dat dit een
voordeel zou opleveren voor die ploeg (de aanval onnodig wordt onderbroken).
· WP 11.3 Verlengingen zijn vervallen. Een wedstrijd waarbij een winnaar is vereist wordt bij
gelijke stand vervolgd met een strafworpenserie.
· WP 12.1 de time-out. Per periode kan een ploeg 1 TO aanvragen. Deze regel geldt uitsluitend
voor de (reserve) eredivisie. In alle andere klassen heeft iedere ploeg het recht op 2 time-outs
gedurende de wedstrijd.
· WP 19.2 Het beletten van het nemen van een vrije worp. De verdediger wordt bestraft met
een U20. Om dit te voorkomen moet de verdediger eerst afstand nemen van de nemer van de
vrije worp, alvorens te proberen het schot te blokken. Het afstand nemen gebeurt zonder het
aanraken van de speler die de worp neemt én zonder een poging het nemen van de worp te
beletten. Binnen een symbolische straal van 1 meter, vanaf de nemer van de vrije worp,
kunnen de scheidsrechters deze regel toepassen.
· WP 20.16 het verspillen van tijd. Indien naar het oordeel van de scheidsrechter tijdens de
wedstrijd een ploeg onnodig tijd verspeelt, mag hij fluiten voor een gewone fout. De vrije worp
gaat naar de tegenpartij. Dit is bijvoorbeeld van toepassing wanneer de spelers van 1 ploeg
op de helft van de tegenstander liggen en de bal wordt gespeeld naar de eigen doelman.
Deze regel heeft geen connectie met de 30 seconden aanvalstijd. Wanneer de bal voorwaarts
gaat is er geen sprake van tijdverspilling. Wel wanneer een speler lang in balbezit is en zich
nauwelijks verplaatst. Attentie tijdens de laatste 30 sec van de wedstrijd. De ploeg moet dan
uitstralen met de bal voorwaarts te willen gaan. Gebeurt dat niet, dan onmiddellijk contra
fluiten.
· WP 20.17 Het simuleren van een door de tegenpartij gemaakte overtreding. Bij volharden van
simulatie kan de scheidsrechter een gele kaart toekennen aan de speler welke als
waarschuwing geldt voor de gehele ploeg. Bij vervolg kan de dan bestrafte speler met
wangedrag (WP 21.13) worden weggestuurd.
· WP 21.1 Wanneer een verdedigende speler binnen de 5 meter wordt uitgesloten, daar waar
de bal niet is, volgt de volgende procedure;
o Geef een teken naar de speler die de bal heeft, dat hij moet wachten met het nemen
van de vrije worp.
o Geef het nummer aan van de speler die er uit wordt gestuurd, aan de speler en
jurytafel met het uitsluitingsgebaar
o Geef het teken van herstart aan.
Noot: deze situatie is bijvoorbeeld van toepassing wanneer de bal in de tweede lijn is en de
midachter er uit wordt gestuurd. De vrije worp mag dan niet worden genomen, terwijl de
scheidsrechter nog bezig is met het doorgeven van het nummer aan speler en jurytafel.
· WP 21.8 het hinderen van een speler die de bal niet vasthoudt, moet bestraft worden met een
U20. Dit is bijvoorbeeld van toepassing bij het zwemmen over de benen van een tegenstander
die de bal niet houdt.
Het hinderen van een speler bij een duel om balbezit (waar dan ook in het speelveld, dus ook
bij de midvoor-midachter situatie), wordt in deze situaties, niet bestraft met een U20, maar is
een gewone fout.
· WP 21.10 Het op een willekeurige plaats in het veld met twee handen vasthouden van een
tegenstander (die de bal niet vasthoudt), moet worden bestraft met een U20.
· WP 21.11. Bij balwisseling (na het veroveren van de bal of toekennen vrije worp) is de
eerstvolgende gewone fout gemaakt door de verdedigende ploeg op de helft van de
tegenstander een U20. Situatie komt te vervallen wanneer de bal de middenlijn is gepasseerd
en is ook niet van toepassing nadat er een doelpunt is gemaakt of na een time-out.
· WP 21.15 Bij gelijktijdige uitsluiting en balbezit bij één van de ploegen, wordt de 30 seconden
klok niet teruggezet. Wanneer er geen sprake is van balbezit volgt een neutrale inworp en
wordt de 30 seconden klok wel teruggezet.
· WP 22.7 Er wordt een strafworp toegekend wanneer de coach van de ploeg die niet in
balbezit is, een time-out aanvraagt. Er wordt in dit geval geen persoonlijke fout genoteerd. De
aangevraagde time-out gaat dus niet door, maar wordt wel als aangevraagd genoteerd op het
wedstrijdformulier.
· WP 22.8 strafworpfout. Het door de coach of willekeurig andere teamofficial mogelijk
voorkomen van een doelpunt of anderzijds vertragen van het spel. Wanneer er bv één of
meerdere ballen of andere voorwerpen in het speelveld worden gegooid, met de bedoeling
een doelpunt te voorkomen of het spel te vertragen. Dit kan worden bestraft met een strafworp
voor de tegenpartij. Er wordt geen P genoteerd in dit geval. Deze situatie is niet van
toepassing na een rustperiode, doelpunt of time-out. Dan wordt de coach bestraft met een
gele (of rode) kaart.
Wanneer een verdedigende speler in een 6-5 situatie, met nog enige wedstrijdtijd te gaan (per
periode), de bal weggooit om hiermee het spel te vertragen of een scoringskans te ontnemen,
dan kan dit bestraft worden met een strafworp.
· WP 23.1 Het nemen van een strafworp. Scheidsrechters moeten er op toezien dat de
strafworp op de 5 meterlijn wordt genomen.
 
26 september 2013

 

/toelichting/instructie spelregels waterpolo 2013-2017 

 WP 5.1, 5.5, 5.6, 5.9, 5.10 en WP 22.3 Ploegen en vervangers. Uitgangspunt is, dat er maximaal 11 veldspelers mogen worden opgegeven op het wedstrijdformulier én een doelverdediger én een reserve doelverdediger. De eerste doelverdediger mag tijdens de wedstrijd worden vervangen door de reserve doelverdediger. Is er sprake van 1 doelverdediger, dan mag deze worden vervangen door een veldspeler. Hetzelfde geldt, wanneer de reserve doelverdediger moet worden vervangen. Dit is van toepassing in de gehele competitie binnen Nederland. 
Voor alle situaties geldt een maximum van 11 veldspelers. 

 WP 7.3 ten aanzien van het geven van voordeel; De verantwoordelijkheid voor het fluiten van een overtreding ligt bij de scheidsrechter. Hij hoeft bijvoorbeeld niet te fluiten voor een gewone of zware overtreding, gemaakt door de verdedigende ploeg, indien hij meent, dat dit een voordeel zou opleveren voor die ploeg (de aanval onnodig wordt onderbroken). 

 WP 11.3 Indien van toepassing: verlengingen zijn vervallen. Een wedstrijd waarbij een winnaar is vereist, wordt bij gelijke stand vervolgd met een strafworpenserie. 

 WP 12.1 de time-out. Per periode kan een ploeg 1 TO aanvragen. Deze regel geldt uitsluitend voor de eredivisie. In alle andere klassen heeft iedere ploeg het recht op 2 time-outs gedurende de reguliere wedstrijd. 

 WP 19.2 Het beletten van het nemen van een vrije worp. Verdediger moet eerst afstand nemen van de nemer van de vrije worp, alvorens te proberen het schot te blokken. Het afstand nemen, gebeurt zonder het aanraken van de speler die de worp neemt én zonder een poging het nemen van de worp te beletten. 

 WP 20.16 het verspillen van tijd. Indien naar het oordeel van de scheidsrechter tijdens de wedstrijd een ploeg onnodig tijd verspeelt, mag hij fluiten voor een gewone fout. Dit is bijvoorbeeld van toepassing, wanneer de spelers van 1 ploeg liggen op de helft van de tegenstander en de bal wordt gespeeld naar de eigen doelverdediger. Deze regel heeft geen connectie met de 30 seconden aanvalstijd. 

 WP 20.17 Het simuleren van een door de tegenpartij gemaakte overtreding. Bij volharden van simulatie kan de scheidsrechter een gele kaart toekennen aan de speler, welke als waarschuwing geldt voor de gehele ploeg. Bij vervolg kan de dan bestrafte speler met wangedrag (WP 21.13) worden weggestuurd. 

 WP 21.8 het hinderen van een speler die de bal niet vasthoudt, moet bestraft worden met een U20. Dit is bijvoorbeeld van toepassing bij het zwemmen over de benen van een tegenstander die de bal niet houdt. 

 WP 21.10 Het op een willekeurige plaats in het veld met twee handen vasthouden van een tegenstander, moet worden bestraft met een U20. 

 WP 21.11. Bij balwisseling (na het veroveren van de bal of toekennen vrije worp) is de eerstvolgende gewone fout gemaakt door de verdedigende ploeg op de helft van de tegenstander een U20. Situatie komt te vervallen wanneer de bal de middenlijn is gepasseerd. 

 WP 21.15 Bij gelijktijdige uitsluiting en balbezit bij één van de ploegen, wordt de 30 seconden klok niet teruggezet. Wanneer er geen sprake is van balbezit volgt een neutrale inworp en wordt de 30 seconden klok wel teruggezet. 

 WP 22.7 Er wordt een strafworp toegekend, wanneer de coach of willekeurig andere teamofficial van de ploeg die niet in balbezit is, een time-out aanvraagt. Er wordt in dit geval geen persoonlijke fout genoteerd. 

 WP 22.8 strafworpfout. Het door de coach of willekeurig andere teamofficial mogelijk voorkomen van een doelpunt of anderzijds vertragen van het spel. Wanneer er bijv. één of meerdere ballen of andere voorwerpen naar de aanvaller wordt gegooid, om hiermee een doelpunt te voorkomen. Dit kan worden bestraft met een strafworp voor de tegenpartij. Er wordt in dit geval geen persoonlijke fout genoteerd. 

10 september 2013 

De RWPC heeft besloten dat van de nieuwe spelregels 2013-2014 de volgende 
spelregels niet door Regio West ingevoerd/overgenomen zullen worden.
 

Instructies 2012-2013

  1. Indien een speler wordt uitgesloten (of spelers worden uitgesloten) dienen scheidsrechters er zeker van te zijn dat de betreffende speler (of spelers) weet dat hij uit het water wordt gestuurd. Contact tussen scheidsrechter en speler is hier belangrijk!
  2. Het gebruik van signalen door de scheidsrechter is voor het begrijpen van het spel, voor de spelers, de aanwezigen op de spelersbank, de jurytafel en het publiek belangrijk. Indien mogelijk moet de scheidsrechter, zonder overdreven toneel te gaan spelen, aangeven waarom hij voor een (zware) fout fluit (of niet). Het gebruik van de gebaren is geen verplichting, maar komt de helderheid van het spel wel ten goede.
  3. Het gebruik van de gele en rode kaart tegen teamofficials die plaatsnemen op de spelersbank. Het gele/rode kaartensysteem is nodig is om de ploegenbank onder controle te houden. Het geven van een rode kaart door de scheidsrechter geeft aan dat de coach of iedere andere teamofficial die op dat moment op de spelersbank plaatsneemt, de zwemzaal moet verlaten. Een gele kaart dient als waarschuwing en kan alleen aan de coach worden gegeven. Wanneer de coach de gele kaart heeft ontvangen, behoudt hij zijn rechten en verantwoordelijkheden. Wanneer de coach een rode kaart wordt getoond, neemt de assistent coach zijn functie waar, zonder diens rechten, maar met zijn verantwoordelijkheden (aanvulling op instructie seizoen 2010-2011 en herhaling van het seizoen 2011-2012).
  4. Scheidsrechters moeten attent er op zijn dat bij het nemen van een strafworp op de 5-meterlijn, de speler die de strafworp neemt, niet bij het nemen van de worp naar voren springt in de 5 meter. De speler dient de worp te nemen vanaf de 5 meter. Wanneer hij in de 5 meter springt en dan de worp neemt moet de uitvoering als foutief worden beoordeeld en volgt er een vrije worp voor de tegenpartij (toevoeging).
  5. Verdedigende spelers geven vaak met 2 armen uit het water aan dat zij hun tegenspeler niet vasthouden. Scheidsrechters dienen er op toe te zien dat deze actie niet zolang doorgaat dat het als blokken kan worden beoordeeld.
  6. Zoals bekend wordt bij een UMV of UMV/4 een gebaar gemaakt welke van toepassing is én wordt de rode kaart getoond. Wanneer de scheidsrechter een situatie beoordeelt met een UMV of UMV/4 (en dus daarbij  de rode kaart toont ), dient hij een rapport binnen 24 uur in te dienen en dit aan te geven op het wedstrijdformulier. Deze situatie is ook van toepassing op andere situaties waarbij de rode kaart wordt getoond (bijvoorbeeld voor de (assistent) coach).

Instructies 2011-2012

  1. Indien spelers van beide ploegen gelijktijdig een uitsluitingsfout maken gedurende het spel, zal de scheidsrechter de bal opvragen om zeker te zijn dat de ploegen en de jurytafel zeker weten wie uitgesloten zijn. De 30-secondernklok wordt teruggezet en het spel wordt hervat door de ploeg die laatst balbezit had. Indien geen van beide ploegen balbezit had bij de gelijktijdige uitsluiting wordt het spel hervat met een neutrale inworp.
  2. Er is een manmeer situatie. Wanneer er op doel wordt geschoten en het eindsignaal van een periode klinkt, moet het resultaat van het schot worden afgewacht. Wordt er gescoord, dan telt het doelpunt. Gaat de bal naast (al dan niet via een verdedigende speler, met uitzondering van de doelman), is er feitelijk sprake van een achterbal. In deze situatie wordt er na de pauze gestart met 7 tegen 7 spelers.
  3. Het is een ploeg toegestaan de bal gedurende de 30 seconden aanvalstijd op welke wijze dan ook in het bezit te houden.
  4. Wanneer de bal middels een blok van een verdedigende veldspeler het speelveld aan de zijkant verlaat, wordt er een vrije worp gegeven aan de verdedigende partij (dus de ploeg die de bal het laatst heeft aangeraakt). Scheidsrechters moeten zich bewust zijn dat wanneer een verdedigende veldspeler de bal bewust over de achterlijn/zijlijn werkt de vrije worp gaat naar de tegenpartij (aanvulling op instructie nr 7 seizoen 2009-2010).
  5. Wanneer er sprake is van een bloedende wond (WP 25.2) moet betreffende speler z.s.m. op het eerste geschikte moment worden vervangen en wordt de wedstrijd vervolgd door de ploeg welke in balbezit was op het moment van onderbreking (aanvulling op instructie nr 10 seizoen 2009-2010).
  6. Het gebruik van de gele en rode kaart tegen teamofficials die plaatsnemen op de spelersbank. Het gele/rode kaartensysteem is nodig is om de ploegenbank onder controle te houden. Het geven van een rode kaart door de scheidsrechter geeft aan dat de coach of iedere andere teamofficial die op dat moment op de spelersbank plaatsneemt, de zwemzaal moet verlaten. Een gele kaart dient als waarschuwing en kan alleen aan de coach worden gegeven. Wanneer de coach de gele kaart heeft ontvangen, behoudt hij zijn rechten en verantwoordelijkheden. Wanneer de coach een rode kaart wordt getoond, neemt de assistent-coach zijn functie waar, zonder diens rechten, maar met zijn verantwoordelijkheden (aanvulling op instructie nr 1 seizoen 2010-2011).
  7. Toevoeging op WP 21.11. Het gaat hier om de toepassing van gewelddadig spel en er een straf volgt van UMV/4, al dan niet met het toekennen van een strafworp. In de situaties waarbij alle spelers wisselspeler zijn (gedurende TO, na een doelpunt en gedurende de rustperiode) wordt er geen strafworp aan de UMV/4 toegevoegd. In alle andere gevallen wel.

N.B. Het is de spelregelcommissie toegestaan gedurende het seizoen een nieuwe instructie te geven. Scheidsrechters moeten hiervoor de website en de officiële mededelingen goed blijven volgen.

Instructies 2010-2011

  1. Het gebruik van de gele en rode kaart tegen teamofficials die plaatsnemen op de spelersbank. Het gele/rode kaartensysteem is nodig is om de ploegenbank onder controle te houden. Het geven van een rode kaart door de scheidsrechter geeft aan dat de coach of iedere andere teamofficial die op dat moment op de spelersbank plaatsneemt, de zwemzaal moet verlaten. Een gele kaart dient als waarschuwing en kan alleen aan de coach worden gegeven. Wanneer de coach de gele kaart heeft ontvangen, behoudt hij zijn rechten en verantwoordelijkheden. Wanneer de coach een rode kaart wordt getoond, neemt de assistentcoach zijn functie waar, zonder diens rechten en verantwoordelijkheden.
  2. Starten van de wedstrijd. Bij aanvang van de wedstrijd stellen de scheidsrechters zich op, op de 5 meter lijn. De scheidsrechter aan de zijde van de jurytafel heft zijn arm ten teken dat de ploeg rechts van hem de goede positie heeft ingenomen. Wanneer zijn collega aan de overzijde ziet dat de ploeg rechts van hem ook de goede positie heeft ingenomen, heft hij zijn arm en kan de scheidsrechter aan de zijde van de jurytafel de wedstrijd starten met het geven van een fluitsignaal en het dalen van zijn arm. Bij wedstrijden op een 25 meter veld, zonder het zgn. wedstrijdmandje, is het toegestaan om op de 7 meter de wedstrijd te beginnen.
  3. Bij een strafworp stelt de scheidsrechter die niet direct verantwoordelijk is voor de juiste uitvoering van de strafworp zich op op de achterlijn. Wanneer de doelman de juist positie heeft ingenomen heft deze scheidsrechter zijn arm, ten teken dat de doelman de correcte positie heeft ingenomen.
  4. Wanneer spelers zich niet gedragen op de spelersbank, wordt dit bestraft met een rode kaart en moeten zij de zwemzaal verlaten.

Instructies 2009-2010

Dit seizoen zijn de spelregels voor de komende vier jaar vastgesteld, van 2009-2013. Dit betekent dat daarmee de oude regels, maar ook de instructies op die regels zijn komen te vervallen! Een aantal instructies die de afgelopen jaren zijn gegeven, zijn namelijk in de regels opgenomen, maar er zijn ook instructies door de Fina niet overgenomen. Vanaf nu geldt dat jaarlijks de spelregelcommissie middels instructies zal vermelden, hoe met de huidige spelregels moet worden omgegaan. Deze instructies komen deels vanuit de Fina/Len, maar ook uit eigen ervaring Voor het seizoen 2009-2010 gelden de volgende instructies van de huidige spelregels:

  1. Het gebruik van de gele kaart aan spelers is alleen van toepassing in de hoofd- en eerste klasse. Een gele kaart wordt gegeven zoals in de bijlage A van de spelregels staat omschreven (punt 7) en geldt als waarschuwing voor de gehele ploeg. Mocht dus enige speler van de ploeg, nadat een ploeggenoot reeds een gele kaart is getoond, opnieuw een gele kaart getoond worden, wordt deze speler bestraft met een UMV.
  2. Het verspillen van tijd, is uit de spelregels verdwenen.
  3. Wanneer tijdens de laatste minuut van de wedstrijd (of verlenging) er gelijktijdig strafworpen worden gegeven aan de verschillende ploegen, is het niet mogelijk dat er voor balbezit wordt gekozen. Beide strafworpen moeten worden genomen.
  4. Wanneer er een doelworp en een hoekworp wordt toegekend, wordt de wedstrijd vervolgd met een hoekworp.
  5. Wanneer er twee spelers gelijktijdig uit het water worden gestuurd, moet de scheidsrechter de bal uit het water halen om vervolgens aan spelers, jurytafel en collega duidelijk door te geven, wie er uit worden gestuurd.
  6. Een aanvallende speler wordt niet bestraft wanneer deze even in het twee meter gebied ligt zonder aan het spel deel te nemen.
  7. Wanneer de bal middels een blok van een verdedigende veldspeler het speelveld aan de zijkant verlaat, wordt er een vrije worp gegeven aan de verdedigende partij (dus de ploeg die de bal het laatst heeft aangeraakt). Deze regel wordt ook gevolgd bij het onderscheppen van een worp. Scheidsrechters moeten zich bewust zijn dat wanneer een verdedigende veldspeler de bal bewust over de zijlijn werkt de vrije worp gaat naar de tegenpartij.
  8. Het is niet nodig voor een gewone fout te fluiten bij balbezit, voor iemand die de bal niet in zijn bezit heeft.
  9. Een verdediger mag de aanvaller niet hinderen bij het nemen van de vrije worp. Hij mag bijvoorbeeld geen beweging maken naar de nemer van de vrije worp.
  10. Wanneer er sprake is van een bloedende wond (WP 25.2) moet betreffende speler onmiddellijk worden vervangen en wordt de wedstrijd vervolgd door de ploeg welke in balbezit was op het moment van onderbreking.
  11. Bij een UMV en/of rode kaart dient de betreffende speler of coach de zwemzaal te verlaten. Hij/zij mag niet op de tribune plaatsnemen.
  12. De coach mag wanneer zijn ploeg in de verdediging is niet voorbij de achterlijn komen. Bij de bank mag hij staan of zitten. De spelersbak moet dus achter de achterlijn worden opgesteld.